Diagnose

Bij veel mensen met autisme wordt de diagnose in de kindertijd al gesteld. Bij anderen pas op volwassen leeftijd. Dit kan komen doordat de kenmerken van autisme tussen mensen erg kunnen verschillen, maar ook verschillen de kenmerken in de diverse leeftijdsfasen van een persoon. De leeftijd waarop mensen tegen hun autisme aanlopen kan dus erg verschillen. Soms staan andere problemen op de voorgrond, waardoor de kenmerken van autisme minder zichtbaar zijn. Dit alles is van belang voor het herkennen en voor het stellen van een diagnose.

Een diagnose wordt gesteld op basis van de kenmerken van autisme zoals die staan beschreven in het handboek voor de psychiatrie. In mei 2014 is het nieuwe handboek gepresenteerd, de DSM 5 (na de DSM 4). In de DSM 5 wordt niet langer onderscheid gemaakt tussen de ‘klassiek’ autistische stoornis, de stoornis van Asperger en de pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven (PDD-NOS). Er wordt slechts nog gesproken van een Autisme Spectrum Stoornis (ASS), in milde of in ernstige vorm. Alleen een psychiater of een GZ psycholoog mag de diagnose autisme stellen.

Diagnostiek begint vaak met een vermoeden van autisme. Ouders of de betreffende persoon zelf hebben de indruk dat ‘er iets is’, wat hun kind of henzelf anders maakt dan de overige kinderen in een gezin of dan mensen om hen heen. In gesprek met de huisarts of een maatschappelijk werker kan besloten worden tot een doorverwijzing naar een GGZ instelling voor diagnostisch onderzoek. Ouders van jonge kinderen (tot 7 jaar) kunnen met hun vragen terecht bij het team van Integrale Vroeghulp: www.integralevroeghulpfriesland.nl

Tijdens de intake, bij een GGZ instelling, wordt het vermoeden van autisme verder onderzocht, onder andere met behulp van autisme vragenlijsten (screeningslijsten) en het inventariseren van autisme kenmerken. Indien het vermoeden wordt bevestigd zal vaak verder onderzoek worden gedaan. Tijdens dit onderzoek wordt niet alleen gekeken naar kenmerken van autisme, maar wordt ook gekeken naar mogelijke alternatieve verklaringen voor de klachten die mensen hebben en naar psychiatrische problematiek waar mensen, naast de ASS, ook last van kunnen hebben. De diagnostiek bestaat vaak uit verschillende fasen.

Allereerst gaat de onderzoeker in gesprek met degene bij wie het vermoeden van autisme is en / of diens ouders. Er wordt gesproken over: de problemen die worden ervaren, over eventuele kenmerken van autisme, over de levensgeschiedenis tot nu toe. Dit wordt de anamnese genoemd.

Deel van het onderzoek is ook het observeren van de persoon: ziet de onderzoeker speciale gedragingen (bijvoorbeeld wijze van communiceren, woordgebruik, wederkerigheid in sociale interactie, stereotype gedrag, motoriek) die kenmerkend zijn voor iemand met autisme?

Soms kan verder onderzoek nodig zijn in de vorm van een psychiatrisch onderzoek of een psychologisch onderzoek (intelligentie-, (neuro-)psychologisch- of persoonlijkheidsonderzoek).

De diagnostiek wordt afgesloten met een eindconclusie en een behandeladvies.

Betrokken instanties:
www.accare.nl – kinder en jeugd psychiatrie
www.reik.nl – voor mensen met een licht verstandelijke beperking
www.meefriesland.nl – voor mensen met een beperking
www.synaeda.nl – geestelijke gezondheidszorg voor jongeren en volwassenen
www.ggzfriesland.nl- voor mensen met psychische problemen

www.jonx.nl- voor kinderen en volwassenen met autisme: Autisme Team Noord Nederland