Ontwikkeling en opvoeding

Autisme is meestal onzichtbaar. Meestal ziet de buitenwereld niet meteen aan je kind wat er aan de hand is. Toch maken ouders van kinderen met autisme zich vaak al vroeg zorgen over de ontwikkeling van hun kind. Bijvoorbeeld omdat een baby extreem veel huilt, of juist heel erg stil is.

Mijn kind is anders
Mensen in de omgeving zeggen nogal eens tegen ouders dat het wel meevalt, of dat ze het kind beter moeten opvoeden. Iedereen heeft zijn mening al klaar als je kind een flinke driftbui krijgt in de supermarkt. Ouders kennen hun eigen kind echter het beste. Als je je zorgen maakt over de ontwikkeling  van je kind is het belangrijk dit te melden op het consultatiebureau. Als het nodig is, kan de arts van het consultatiebureau / of de huisarts doorverwijzen voor verder onderzoek van je kind. Ook kun je met vragen over je jonge kind terecht bij: www.integralevroeghulpfriesland.nl

Diagnose 
Alleen een GZ psycholoog of psychiater kan vaststellen of er sprake is van autisme en bepalen of een kind autisme heeft. Bij jonge kinderen gebeurt dit op basis van gesprekken met de ouders in combinatie met observatie van het kind. Vanaf de eerste verjaardag is het mogelijk om bij kinderen signalen op te vangen die mogelijk wijzen op autisme, zoals het niet reageren op hun naam en nog niet brabbelen als ze 12 maanden zijn. Kenmerkend voor autisme bij jonge kinderen is dat ze problemen hebben in de omgang met ouders en met andere kinderen.

Alarmsignalen voor autisme bij jonge kinderen:
Baby’s / peuters

  • Het kind brabbelt niet bij 12 maanden
  • Heeft geen interesse in andere mensen bij 12 maanden
  • Lacht niet naar anderen bij 12 maanden
  • Reageert niet wanneer hij of zij wordt toegesproken bij 12 maanden
  • Maakt geen gebaren (wijzen, zwaaien) bij 12 maanden
  • Maakt nog geen functioneel gebruik van woorden bij 18 maanden
  • Gebruikt nog niet spontaan 2-woordzinnen bij 24 maanden
  • Terugval van eerder verworven taal of sociale vaardigheden op enige leeftijd

(School)kinderen
Autisme kun je niet aan de buitenkant zien, maar je kunt het soms wel aan iemand merken. Veel kinderen met autisme kunnen er slecht tegen als er dingen veranderen of anders lopen dan gepland. Je kind kan dan heel angstig of boos worden. Ook zie je vaak dat kinderen met autisme het liefst bezig zijn met één bepaald onderwerp of hobby. Bijvoorbeeld dinosaurussen of paarden. Sommige kinderen met autisme hebben snel last van sensorische prikkels, bijvoorbeeld harde geluiden of kriebelige stoffen.

Kenmerken van autisme bij kinderen:

  • moeite met veranderingen;
  • moeite met contact maken;
  • weinig gevoel voor wat anderen van hem of haar verwachten in een bepaalde situatie;
  • liefst altijd bezig met één bepaald onderwerp of een hobby;
  • angstig in onbekende situaties en gezelschappen;
  • weinig begrip voor emoties van anderen;
  • graag alles steeds op dezelfde manier doen (vasthouden aan routines);
  • geen inzicht in non-verbale communicatie, zoals gebaren.

 

Hoe ervaart een kind autisme?
“Autisme is een andere manier van denken”. Het is een soms onzichtbare handicap /beperking die invloed heeft op het kunnen begrijpen wat een ander denkt en voelt, op het bedenken hoe iets zal gaan en op communicatie. Autisme kan betekenen dat je kind moeite heeft met onverwachte situaties en problemen ervaart met informatie die via de zintuigen (geur, tast, reuk, zicht, gehoor) binnenkomt. Het kan hier extra gevoelig voor zijn, of juist helemaal niet.
Je kind kan zich soms zo overladen voelen door alles wat er op een (school)dag gebeurt, dat het overprikkeld raakt en even niet meer kan functioneren. Het kan dan misschien erg boos reageren, of zich juist extreem terugtrekken.

Sterke kanten
Autisme kan lastig kan zijn, maar er zijn ook dingen waar kinderen met autisme juist heel goed in kunnen zijn, zoals een scherp oog voor detail, eerlijk zijn, goed aan de regels kunnen houden of heel veel weten van een bepaald onderwerp.

Er is wat aan de hand
Meestal merken ouders al op jonge leeftijd dat hun kind anders is dan anderen. Als je kind naar de basisschool gaat, wordt vaak pas echt duidelijk dat je kind zich anders ontwikkelt. Ook de meester of juf merkt op dat je kind bijvoorbeeld weinig met anderen kinderen speelt. Als je je zich zorgen maakt over de ontwikkeling van je kind is het belangrijk dit te bespreken op school. Ook kun je een gesprek aanvragen met de schoolarts, de huisarts of het Centrum voor Jeugd en Gezin. Als het nodig is, kan de huisarts doorverwijzen voor verder onderzoek en diagnostiek van je kind.

Ontwikkelingsleeftijd
Autisme is een ontwikkelingsstoornis, wat betekent dat de ontwikkeling van je kind anders of langzamer dan gebruikelijk kan verlopen, maar dat er wel degelijk ontwikkeling plaatsvindt. Die ontwikkeling loopt vaak niet gelijk met de kalenderleeftijd: je kind kan zijn 10de verjaardag vieren, maar op sociaal-emotioneel niveau slechts een 2-jarige zijn en communicatie begrijpen op het niveau van een 4-jarige. Kinderen met autisme kunnen veel verschillende ‘ontwikkelingsleeftijden’ hebben, en het is nuttig om dit helder in beeld te brengen. Dit geeft namelijk inzicht in wat je kind wel of niet snapt. Met een 10-jarige ga je immers op een andere manier om dan met een 4-jarige.

Autisme bij pubers
In de puberteit verandert het lijf, hormonen zorgen ervoor dat een kind zich ontwikkelt naar een volwassene. Als je autisme hebt zul je in het algemeen niet zo van veranderingen houden en kan het heel beangstigend zijn dat je lijf ineens anders voelt. Het is lastig te voorspellen wanneer lichamelijke veranderingen plaatsvinden. Op tijd praten over lichamelijke veranderingen en bijbehorende zaken als persoonlijke hygiëne, seksualiteit, stemmingswisselingen etc. kan ongemak en spanning voorkomen.

Autisme kan zich op heel veel manieren uiten. Geen enkele puber heeft alle kenmerken van autisme. In de informatie over autisme is het dus heel normaal dat je bepaalde zaken juist wel en andere zaken helemaal niet herkent.

Pubers met autisme kunnen veel verschillende ontwikkelingsleeftijden hebben en het is nuttig om dit helder te krijgen. Het geeft inzicht in wat de jongere wel en niet begrijpt.
Een paar vragen die je kunt stellen als er zorgen zijn:
Waarover worden zorgen gemaakt?
Wat gaat goed en wat niet?
Wat zit de puber in de weg?
Waar zou verandering in moeten komen?
Wie kan helpen bij die veranderingen?

Een puber wil waarschijnlijk vooral “gewoon” zijn en zo min mogelijk opvallen. Toch is het heel belangrijk om met hem/ haar over autisme en de gevolgen hiervan te praten. Het helpt om het kind zichzelf beter te laten begrijpen, meer inzicht te geven in de eventuele problematiek en kan ervoor zorgen dat angsten en misverstanden (eerder) verdwijnen.

De overgang naar het voortgezet onderwijs is een grote stap. Er wordt meer van de jongere gevraagd, met name op het gebied van planning rondom huiswerk en sociale contacten.

Voor de leerkracht en de school is het prettig om vanaf het begin te weten van het autisme, zodat zij daar volledig rekening mee kunnen houden.

Wanneer medeleerlingen opvallende dingen gaan zien bij een puber en daar opmerkingen over maken, is het een goed moment om de klas te informeren over autisme. Samen met school kun je het meest handige moment uitkiezen om voorlichting te geven. Dit kan door middel van een spreekbeurt, maar zeker ook door een discussie bij maatschappijleer of een poster op school. Op die manier hoeft de informatie ook niet direct gekoppeld te worden aan een persoon.

Opvoeding

Contact en communicatie problemen

  • Minder de neiging tot contact maken of passief in het contact of te vrij in het contact, zowel met andere kinderen als met de ouder of leerkracht.
  • Kind maakt te weinig oogcontact, of teveel
  • Ander contact; eenrichting, weinig interesse, onvoldoende afgestemd. Met als mogelijke gevolg:
    • Moeilijk samenspel: moeite met overleggen
    • Moeilijk onderhouden en sluiten van vriendschappen
  • Weinig sociale intuïtie: Zoiets doe je niet, dat kun je niet maken
  • Opdrachten worden letterlijk genomen en daarmee niet goed uitgevoerd
  • Moeite hebben met zich verbal en non verbaal uit te drukken

 

Contact en communicatie praktische tips

  • Sluit aan bij de interesse van het kind, gebruik dit om in contact te komen
  • Probeer (oog) contact uit te lokken
  • Consequent ingaan op pogingen van het kind
  • Aanleren van aanwijzen in situaties
  • Leer concrete regels t.a.v. contact met andere kinderen en herhaal deze
  • Benoemen
  • Voorlezen
  • Gebaren aanleren ( ondersteunend)
  • Korte zinnen en concrete taal
  • Visuele ondersteuning
  • Niet overschatten

 

Spel en mogelijke problemen

  • Kind speelt niet met speelgoed waarvoor het bedoeld is ( gericht op details), weinig functioneel
  • Veel herhaling, stereotiep spel, weinig imitatie of juist letterlijke imitatie
  • Niet gericht op delen van plezier met de ander
  • Specifieke interesses zoals draadjes, vlaggen, vliegtuigen, muziekcorps of aardrijkskunde
  • Symbolisch spel ( doen alsof) zeer beperkt aanwezig, vaak aangeleerd
  • Kind speelt veel alleen, duldt geen inmenging
  • Over en weer spel ontbreekt, geen beurtgedrag, stemt niet af
  • Communicatie gaat moeizaam ( weet niet hoe iets te vragen)
  • Volgt eigen spoor, speelt de baas

 

Spel en praktische tips

  • Aansluiten bij het spel en interesse van het kind door zijn / haar spel te imiteren, variëren en uit te breiden
  • Kind nieuwsgierig maken ( motiveren) met speeltjes die een verrassingseffect hebben en het delen van plezier uitlokken
  • Voordoen / laten zien hoe je met speelgoed kan spelen en parallelspel
  • Nieuw speelgoed laten zien en op een gestructureerde manier aanbieden
  • Visualiseren van spelthema’s
  • Speeldozen ( kleine hoeveelheden) en op vaste plekken
  • Bij samenspelen afspraken maken 9 wat doe jij, wat doe ik)
  • Regels opstellen bij het samen spelen bijv. om de beurt
  • Aanleren hoe iets te vragen, iets te delen ( beurt gedrag), sorry zeggen na een ruzie
  • Structuur en tijd aangeven

 

Sensoriek / motoriek en mogelijke problemen

  • Zicht
  • Gehoor
  • Tast
  • Smaak
  • Reuk
  • Evenwicht
  • Lichaamsbewust
  • Motoriek

 

Sensoriek / motoriek en praktische tips
Richt je op de oorzaak i.p.v. het gedrag

  • Zicht: vermijd felle lampen, gebruik evt. een zonnebril, houd de kamer zo leeg mogelijk of scherm een hoekje af
  • Gehoor: oordopjes, koptelefoon, niet meer dan 1 apparaat aan, voorbereiden als degene een drukke ruimte ingaat
  • Tast: geef aan dat je degene gaat aanraken, knip labels uit kleding, laat degene zelf zijn haren wassen
  • Smaak: maak geen probleem van etenstijd
  • Reuk: gebruik zo min mogelijk geparfumeerde spullen
  • Evenwicht: visuele aanwijzingen gebruiken voor de start, stop enz. Gebruik schommel en trampoline
  • Lichaamsbewustzijn: leren van gepaste afstand, fijne motoriek stimuleren

 

Structuur / activiteiten en mogelijke problemen

  • Moeite met het aanpassen van gedrag bij veranderende informatie
  • Kan voor angst en onrust zorgen bij
    • Nieuwe dingen
    • Doorbreken van vaste patronen / rituelen
    • Feestdagen
  • Kan zich uiten in:
    • Driftbuien
    • Angst
    • Opstandig gedrag
    • Vermijden van bepaalde activiteiten
    • Beperkte variatie van activiteiten

 

Structuur / activiteiten en praktische tips

  • Voorspelbaar maken van de omgeving door:
  • Duidelijke regels en afspraken maken
  • Consequent zijn en doorzetten
  • Korte concrete boodschappen geven
  • Nieuwe dingen stap voor stap invoeren en voorspelbaar maken
  • Maak gebruik van ondersteunende communicatie en of overgangsrituelen
    • Picto’s en afbeeldingen
    • Voorwerpen
    • Tijdverduidelijking ( timetimer, kleurenklok)

 

Rigiditeit (starheid) / preoccupaties (stereotiep gedrag of interesse) en mogelijke problemen

  • Kind vraagt elke dag meerdere keren hoe de dag er uit ziet
  • Kind raakt van slag als er iets verandert in het dagprogramma
  • Als de invaljuf er is laat het kind probleemgedrag zien
  • Vasthouden aan eigen routines
  • In de kring altijd over hetzelfde onderwerp praten
  • Allen maar met hetzelfde speelgoed spelen

 

Rigiditeit / preoccupaties en praktische tips

  • Zorg voor een duidelijk dagprogramma
  • Kondig veranderingen van tevoren aan
  • Geef het kind voldoende schakeltijd ( overgang van de ene naar de andere activiteit)
  • Breng variatie aan in de routine van het kind
  • Gebruik afleiding
  • Voorkom “lege / loze” tijd
  • Perk preoccupatie in
  • Zet preoccupatie in als beloning en ontspanning

Het bovenstaande biedt handvatten voor de herkenning van autisme en omgang met kinderen bekend met autisme. Het is belangrijk dat aangesloten wordt bij de (ontwikkelings) leeftijd van het kind. Zo heeft een puber weer een andere aanpak nodig dan een jonger kind. Ook verschilt per kind hoe het autisme zich uit, dit maakt dat een aanpak passend bij dit individuele kind wenselijk is.

Met dank aan:
NVA
Autisme Team Noord-Nederland