Een ervaringsverhaal: Sietske*, 12 jaar oud, is in september 2014 gestart op het VWO.
 
Naar aanleiding van de start van de website van het Autisme Netwerk Friesland reageerde een ernstig bezorgde ouder, met een mail naar het autisme netwerk:
Hun dochter Sietske kreeg steeds meer moeite om naar school te gaan en ondanks alle inspanning van ouders en docenten groeide het verzuim. De afgelopen week was Sietske met veel pijn en moeite slechts 2 dagen naar school geweest.
Op school was al geopperd dat het speciaal onderwijs mogelijk een optie voor Sietske zou kunnen zijn.
Op het moment van de mail zaten ouders met de handen in het haar.
 
Mij was gevraagd het probleem nader te verkennen. Wat doe je dan? Je belt op, hoort de eerste zorgen aan en maakt een afspraak.
Anderhalf uur hebben we gesproken. Over was het is, autisme: een informatieverwerkingsstoornis. Wat is  overprikkeling en verklaart dat haar soms heftige reacties; uitvallen vooral naar haar broertje en zusjes.
Die worden gestimuleerd om wanneer ze thuis komen eerst hun huiswerk af te maken en daarna pas te spelen.  Maar als Sietske al oververmoeid thuiskomt lijkt dat minder passend. Dan is een tijdje gamen op haar kamer mogelijk meer passend bij haar energiehuishouding. Misschien moet zij direct na het eten pas aan haar huiswerk werken.
 
In het gesprek bleek dat woord ‘moeten’ vaak viel, terwijl eigenlijk bedoeld werd: zou kunnen, of: ik zou het prettig vinden. Dat biedt Sietske veel meer mogelijkheden om zelf te kiezen wat bij haar past en kan het woord ‘moeten’ gereserveerd worden voor wat echt moet: naar school, tandenpoetsen, stoppen met gamen na de afgesproken tijd.
 
Een tijdlang ging het gesprek over het waardevrij aanspreken van iemand. Wanneer Sietske er niet tegenop zag om naar school te gaan, dan zat ze royaal op tijd op de fiets. Had ze er wel moeite mee, dan treuzelde ze net zo lang tot ze niet meer op tijd kon zijn en liep de spanning nog verder op. Langzamerhand kregen ouders dat patroon door en ze begonnen ze vroegtijdig met het corrigeren van Sietske. Het effect hiervan was juist dat iedereen gestresst raakte en uiteindelijk Sietske echt niet meer in staat was omnaar school te gaan. De vraag werd gesteld hoe je als ouder een probleem kan zien aankomen en toch waardevrij / neutraal kan constateren tegen je dochter dat ze  moeite heeft om naar school te gaan. Maar dat zij net als andere kinderen gewoon ‘moet’ , maar dat ze er best tegenop mag zien.  “Vanmiddag kan je wel vertellen waar je zo tegenop zag”: kan dan een vorm zijn om haar toch nog een hart onder de riem te steken bij het afscheid.
 
Afgelopen week heb ik nog eens gebeld met ouders om te vragen hoe het nu gaat. Dat hadden we  afgesproken na het eerste gesprek.
Voor Sietske is de overgang naar het voortgezet onderwijs nog steeds moeilijk. Voor haar is het geen feest. Alle wisselingen van lokaal en leerkracht, de drukte om haar heen.
Maar ouders hebben het gevoel dat ze er meer ontspannen mee om kunnen gaan. Het woordje ‘moeten’ was nog vaak ter sprake gekomen, vooral doordat ouders beseffen dat het niet om moeten gaat. Ze hebben geleerd waar te nemen wanneer Sietske overprikkeld raakt en stimuleren haar dan om even tijd voor zichzelf te nemen.  Ook als het betekent dat ze dan telaat op school zal komen. Dan krijgt ze een briefje mee voor de docent en die weten dan dat het te laat komen op dat moment onvermijdelijk is. Dit is echter noga maar één keer nodig geweest, en dat  in alle drukte vlak voor de Kerstvakantie.
Ouders hebben het gevoel dat ze er verder mee kunnen. Een enkelvoudig adviesgesprek van ruim een uur lijkt vooralsnog genoeg.
Ouders weten het netwerk te vinden als dat nodig is.
 
januari ’15
Kees Riemvis
 
Ook u kunt contact opnemen met het netwerk: info@autismenetwerkfriesland.nl
 
 *Sietske is  niet haar echte naam